Mirjam Mieras

08.05.08

kant

onderzoek naar tijd (3)


 

Kant lijkt niet door iets of iemand gemaakt te zijn, het is gaaf als nieuwe auto’s en onvoorstelbaar als stuwdammen. Een wirwar van draden omsluit ruimte en wordt tot een geheel. De ingelijfde ruimte benadrukt de sierlijkheid.

Bloemen, krullen en figuren vormen en decoreren het kant, de draad is zowel stramien als versiering. In een dentelle de Bruxelles uit het begin van de 18e eeuw bevinden zich, tussen het weelderig struikgewas van wit draad, beukennootjes, vlinders en zoogdieren. Ook een parmantig vosje, een eekhoorn op een tak, een haasje, een hert dat omkijkt naar een man in een rokje. Zij stappen rond tussen de gaatjes van kant, zo lijkt het. Toen ik ze ontdekte moest ik glimlachen en was ik de maker(s) dankbaar. Bijna waren de figuurtjes onopgemerkt gebleven in de sierlijkheid.

Eén keer breide ik een trui. Dikke wol op paarse pennen. Ik vond het een onvoorstelbaar karwei, moeilijker dan het lezen van een boek-zonder-plaatjes of het wachten op 5 december. Elk wisselen van de pennen was een moment van victorie omdat de eerste steek, omwille van een mooie kantlijn, zonder breien kon worden overgeheveld naar de rechter pen. Dat schoot op, die eerste van iedere regel. De noeste arbeid resulteerde in een trui die paste, noch stond.

Eerder nog dan breien leerde ik haken van mijn moeder. Op zondagochtend, in afwachting van haar terugkomst uit de kerk, bracht ik nauwgezet haar instructies ten uitvoer met een haakpen en lichtblauwe wol. Wat een dekentje zou worden voor een van mijn poppen was, toen de kerk uitging, tot een onmogelijke knoedel geworden. Ik was nijdig om het mislukken maar doorploegde volhardend met de haaknaald het lapje totdat mijn moeder thuiskwam en mij het haakwerk teleurgesteld uit handen nam.

Veel tijd spendeerde ik, na die ene trui, niet aan handwerken. Ik begreep dat het niets voor mij was en schonk mijn aandacht aan talloze andere projecten van, zo bleek, verspilde tijd.

Verspilde tijd lijkt verloren totdat de ervaring leert dat falen potentie heeft. Breien deed ik niet meer. Draad wordt weefsel, wist ik. En ook: verspilde tijd is onmisbaar, als de gaatjes in kant.

← suppoost
nieuwe verzameling →