Mirjam Mieras

25.03.08

postbode

onderzoek naar tijd (2)


 

De postbode van La Chamba was gewoon zijn fiets in Le Phaux tegen een muurtje te zetten en zijn tocht te voet te vervolgen. Door het weelderige bos zwoegde hij de helling op, op weg naar twaalf huizen, een kerk en een begraafplaats.

In Le Phaux hangt een brievenbus waarop staat dat hij na 11.30 uur wordt geleegd. Rond die tijd zigzagt er een brievenbusgele auto virtuoos door het gehucht om post af te leveren. De postbode bezorgt post die hij ‘s ochtends vroeg met zijn collega’s sorteerde en met elastieken op volgorde houdt. Zijn systeem is waterdicht en met het slinken van de stapels groeit de bundel elastieken om zijn pols. In sommige boerderijen is op zijn komst gewacht en wisselt hij vriendelijke woorden over het weer en over Parijs. In andere boerderijen is het stil en legt hij brieven en krant op de keukentafel. Op maandag is hij vroeg en brengt hij weinig.

Jacques is tweeënveertig jaar, zo staat het geschreven op de achterflap van het boek dat hij schreef over de streek waar hij geboren werd en waar hij postbode is. Niet lang voordat Jacques mij voor het eerst post overhandigde was zijn boek gepubliceerd.

Op de eerste foto die ik van hem neem, draagt hij een keurig postuniform en zwarte schoenen. Hij opent de brievenbus en haalt er twee brieven uit. In het deurtje draait hij een klein wieltje zó dat het de naam van de dag aangeeft die al bijna halverwege is. Hij sluit de brievenbus en ik heb een foto genomen waarvan ik nog niet weet dat het het begin is van een serie. In het daaropvolgende jaar bevestig ik de foto naast de brievenbus en vraag Jacques te poseren. Het is een zomerse avond en Jacques gaat, afgezien van zijn hoog opgetrokken sokken, luchtig gekleed. Het tafereel maakt niet duidelijk waarom de man daar staat. De onduidelijke constellatie van brievenbus, foto en persoon herhaalt zich in de daarop volgende zomer. Pas op de vierde foto is de relatie tussen brievenbus en persoon helder: dit is de postbode in uniform en met pet. Op de daarop volgende foto’s herhaalt zich de geschiedenis en zien we de man en de mode veranderen.

Voorgaande jaren ballen zich samen tot een vlek op de foto naast de brievenbus. Op twee foto’s hangt er onder de brievenbus een zwarte slagschaduw, op alle foto’s ligt een stuk golfplaat onveranderd voor de muur. Na mijn elfde zomer in Le Phaux ging Jacques met pensioen. In die zomer vroeg ik hem voor de laatste keer te poseren.

Dat een schrijven aankomt bij de geadresseerde mag een wonder heten. Kwetsbare inkt op smetteloos papier, gevouwen in een enveloppe en versierd met adres, afzender, postzegel en stempels. Om de verzending te bespoedigen prijkt er in de linker bovenhoek een blauwe sticker. Luchtpost werd in de loop der jaren priority, par avion werd prioritaire.

Frankering verraadt het land van herkomst, het handschrift op de enveloppe toont kronkels en halen die ik herken. Wacht ik met openen, met gulzig lezen over lief en leed? Nee, de tomeloze nieuwsgierigheid duldt geen uitstel, ik open de enveloppe zonder kalmte en zonder juist gereedschap. En dan tasten mijn ogen de woorden af, regel na regel vormen zich de beelden die de schrijver zorgvuldig schetst. Al lezend decodeer ik de berichten. Wat de schrijver opborg in schrift en taal komt onder mijn ogen weer tot leven.

Jacques werd opgevolgd door een vriendelijke postbode die haar werk ook met verve deed. Naast post bracht ook zij nieuwtjes en op verzoek brood mee uit Saint-Jean-la-Vêtre. Zij zou zeker haar medewerking hebben verleend en in de fotoserie de plek van Jacques hebben willen innemen als ik het haar had gevraagd. Op de laatste foto staat alleen de brievenbus en hangt de foto van het jaar ervoor. En dat had ik nog enkele zomers kunnen doen totdat de postbode in het niets verdwenen was, maar dat deed ik niet. Ik stopte de 12 foto’s jaren geleden in een map.

De serie bevalt me niet vanwege de dwingende chronologie. Tijd is op die manier een gortdroge opsomming, een treurige inventarisatie. Jaren maakte ik werk over het dorp dat mij zo dierbaar is. Maar die liefdevolle gedachten over een plek hebben zich nauwelijks laten vertalen in beeldend werk dat mij verrast.

Elke zomer verruil ik de stad voor het heuvelachtige platte land. Ik pluk aardbeien met de boeren, ga naar de markt om bij de boerin aardbeien te kopen. Ik ga op de thee bij de oude dame en praat over het weer en over Parijs. Ik ga mee met de postbode en breng post rond in de streek, bezorg een brief aan mijzelf. Ik meet huizen en schuren op en teken een plattegrond van het dorp. Ik fiets naar de Mairie in het stadje om mijn plattegrond te vergelijken met de tekeningen in het kadaster. Ik ga een dag mee met de wijkverpleegkundige en neem plaats aan 26 keukentafels. Ik fotografeer de moestuin van meneer Lacour, ik slaap in een hemelbed op het stoppelveld.

Het landschap rond Le Phaux is vol verbanden. Een wandeling in ongelukkige tijden voert in gelukkige tijden langs dezelfde struik vol bessen. De postauto kruist het pad van de postbode die vijftig jaar geleden op weg was naar la Chamba, de posttas droeg hij aan een band diagonaal over zijn borst. De holle weg die ik bewandel komt uit op de asfaltweg waar een fietser roekeloos de bochten snijdt. Die fietser was ik. De tijd voorkomt een ongeluk.

← nieuwe verzameling
prikbord →