Plan B

Proberen (1)

Goudzoekers en kunstenaars werken met eenvoudig gereedschap. De een staat met een platte schaal in de rivier, de ander met een figuurzaag in zijn atelier. Hun hoofden zijn vol plannen en hun handen kennen de gereedschappen.

Een rivierbedding vol houten-bakken-op-poten en mannen-in- blote-bast. Er liggen zandzakdammetjes in de stroom, een zeiltje hangt over wat stokken, de bedding is steil en zanderig. Eén van de mannen heeft een platte schaal met een restje gruis in zijn handen.
Brazilië, Serra Pelada, 1985, zwart-wit foto. Dit rafelige oord breidt dagelijks uit. Nieuwkomers slaan op goed geluk een houweel in de grond, gaan werken als zakkensjouwer of timmeren een afwaterende-goot-op-hoge-poten en zeven daarin goud. Iedereen zet zich schrap tegen stof, lawaai en wanhoop in de uitdijende stad van gammele keetjes rond de groeve en de rivier. Iedereen wordt door de muggen en de goudkoorts dag en nacht geplaagd.

Een kunstenaar fietst naar zijn atelier. De stad is nog stil, het lijkt erop dat hij, omdat hij vroeg opstond, een voorsprong heeft op zichzelf en alle anderen. Voor hem ligt een hele dag om aan zijn plan te werken.
Het atelier is werkplaats en schatkamer. Hier liggen plannetjes en schetsen te glanzen tussen de materialen en gereedschappen. Als hij er in zijn hoofd niet meer uitkomt, nemen zijn handen het plannenmaken over. Op het dichtstbijzijnde papier schetsen zij een paar mogelijkheden waar het hoofd op reageert: ‘Kan het ook mooier? Simpeler?’. Een tweede A4 komt er aan te pas. ‘Misschien vreemder? Kaler?’ De handen maken, het hoofd controleert en adviseert: ‘Laat alles voorlopig open, het moet echt beter, blijf proberen tot op het allerlaatst’. Het enige dat moet is er aan werken tot het af is. Het is af als het goed is, het is goed als pech en geluk erin aanwezig zijn en ook toeval.

In de plassen op straat glimt het licht van de lantaarns, alle putten zijn verzopen. Nico loopt in de regen en duwt een bezem door het profiel van de tramrails. Hij veegt een paar meter vrij en boent het water naar een put in de goot. Dan stort hij zich op de andere rails. Het water gutst over zijn schoenen.
Als er een tram nadert stapt hij gehaast van de rails. Met een hartelijk gebaar groet hij de trambestuurder waarbij hij zijn bezem kort laat rusten op het asfalt. Als de tram voorbij is gedenderd stapt hij weer op de baan en hervat zijn geploeter terwijl het met bakken uit de hemel komt.
Zou hij zich afvragen of iemand hem bezig ziet? Hoopt hij dat iemand van 3-hoog naar hem kijkt en zich verwondert? Ik kijk naar de natte ruit en zie in iedere druppel de donkere straat ondersteboven zweven, Nico incluis.
Is het hem opgedragen, deze onzinnige klus? Of dacht hij: ‘Ik heb er zin in, ik ga het gewoon doen, maakt niet uit wat ze denken’ en schoot zijn oranje hesje aan, pakte de bezem van het balkon en liep de trap af.

Aan een idee gaat een stil moment vooraf, zacht als het rijzen van brood en het wellen van rozijnen. Het is het beste moment van iedere onderneming en daarna is het nooit meer stil. Er breekt een storm los omdat we er naar verlangen te weten te komen of het mogelijk is het plan tot in de puntjes uit te voeren. Is nieuwsgierigheid onze grondstof?

Goud gaat van hand tot hand, kan worden omgesmolten en hergebruikt, behoudt zijn waarde en glans en is zeldzaam innemend. Kleur, glans, gewicht, zachtheid en waarde maakt ons week. Is de eerste goudnugget tevoorschijn getrokken uit steen en stof, dan is er altijd meer voor wie niet opgeeft. Beginnersgeluk is een instinker, je hebt het maar één keer.
Omdat zuiver goud zacht is en slijt in het gebruik, ontstonden er legeringen met zilver en koper. Linkmiegels legden zich er zelfs op toe om het goud zó aan te lengen dat het zuiver leek, om er vervolgens fortuin mee te maken. Het systeem van karaten, waarmee het goudgehalte wordt aangeduid, houdt de goudmarkt zuiver. Keurmerken, met een stalen dreveltje geslagen in het product, waarborgen het goudgehalte. 24 karaats is 99,99 % zuiver.

Twee mannen staan met de handen in de zij met elkaar te praten, anderen roken, zittend op een steen, een sigaret. Het tafereel in de rivier oogt op de zwart-wit foto gemoedelijk, toch zal een goudmijnstad eerder een levensgevaarlijke plek zijn dan een idylle. Belangen en wetteloosheid creëren in de hete zon een diepe slangenkuil waarin ook nog onverwacht rotsblokken naar beneden kunnen storten en het mes je op de keel kan worden gezet om het buisje met de paar goudkorrels die je vandaag verzamelde.
Mocht je, toen je op weg ging naar Serra Pelada, hebben gedacht dat je een van de weinigen zou zijn die op dit avontuur afkwam, dan heb je bij aankomst gezien dat je het mis had. De goudkoorts bracht tienduizenden mannen op de been en zij scharrelen allemaal in de immense krater die is ontstaan rond die eerste goudvondst. Sjouwers met een zak stenen op de rug klimmen massaal tegen de rotswand naar boven via naast elkaar geplaatste wiebelende ladders. Iedereen zit elkaar in de weg en ziet grauw van de modder.
De meesten van hen grijpen naast het fortuin maar blijven toch volhouden. Met een beetje geluk hebben zij in de stad-van- planken-en-zeiltjes een bed om op te slapen en een teil water om het vuil en de pech van zich te wassen. Terwijl ze zich afdrogen met een lap denken ze aan de kans dat het morgen gaat lukken, dat uit de modder een steen tevoorschijn komt die zwaarder is dan alle anderen.

Gereedschappen zijn de lievelingen in het atelier. Met schuurlatjes, holpijpjes en schuifmaat krijgt een idee vorm in het materiaal. Het zaagje onder de vleugelmoer van de figuurzaag is ferm aangeschroefd, het berkentriplex op de werkbank is vastgezet met een lijmklem. Een potloodlijn op het hout geeft het parcours aan en daar kan altijd van worden afgeweken, mocht dat ineens beter lijken of mocht het zaagje onverhoopt uit de bocht vliegen. Het zijn de bezweringen in de aanloop naar de sprong in het luchtledige, dat mengsel van moed en wanhoop. Het dunne zaagje ploegt door het plaatje triplex, de keuzes zijn gemaakt en de dierbare lievelingen van de kunstenaar liggen over elkaar heen gesmeten op de werkbank, want zonder chaos gaat het niet.
Onder kunstenaars heet het ‘kijken of het werkt’. Ze doen een stap achteruit, turen naar het werkstuk en leggen het in gedachten voorzichtig naast het eerste idee. Als het resultaat tegenvalt is er ineens plan B.
Plan B is opgestart, nog voor het stof is neergedaald op de werkbank. Werken aan een goede afloop resulteert in slimme aanpassingen en wijzigingen die het oorspronkelijke plan alleen maar beter maken. Het hoofd draait op volle toeren en vindt zonder ophouden alternatieven. Met windkracht 10 wordt alles uit de kast getrokken om het plan dat averij op liep vlot te trekken. Via omwegen of olifantenpaadjes komt er altijd een oplossing en luwt de wind. Of het werkstuk uiteindelijk lukt of mislukt, verkocht of niet verkocht wordt, het maakt niet uit.

Kunstenaars trekken als eersten naar een verpauperde wijk om er goedkoop te wonen en te werken en om er wat van te maken. Goudzoekers ontginnen door hun massale komst afgelegen gebied en leggen er de eerste infrastructuur aan.
Er is nog een beroepsgroep die woont en werkt in nieuw gebied. Internationaal Ruimtestation ISS, 2019, kleurenfoto. Naast een immense bundel kabels zweeft een vrouw, ze draagt een blauw shirt en blauwe handschoenen en om haar hoofd zit een band met een lampje. Achter de kabelkluwen hangen op de klittenbandwand alledaagse voorwerpen als schaar, plakband en balpen en erboven hangt een beeldscherm met de tekst ondersteboven. Panelen vol meters en knoppen aan de wand en aan ieder snoer of kabel zit een label met een streepjescode. De foto is haarscherp.
In het ruimtestation onderhoudt een klein ploegje ingenieurs de techniek, ook verzamelen ze data voor onderzoek naar gewichtloosheid. Geen printplaat of processor werkt zonder goud en alle schakelaars en connectoren in het ruimtestation blinken dan ook vanbinnen wel ergens. Goud transporteert elektronen snel en corrodeert nauwelijks waardoor de apparatuur betrouwbaar is en lang meegaat.
Ze zal er 328 dagen verblijven, iets langer dan aanvankelijk het plan was. Een klein jaar in het luchtledige doorbrengen, waar 16 keer per etmaal de zon op en onder gaat, deert haar niet. Ze zwemt door de waanzinnige technologische grot en lacht. Alles in deze rommelige diepe kast zit vastgesjord, ook haar gereedschappen liggen aan de ketting. Zelf dwarrelt ze. Wanden, vloer en plafond zijn haar werkterrein, een grot in het heelal waar zij de weg weet. Vanuit het station gezien is de aarde een parel met glinsterende zeeën. Het ruimtestation zelf is een aanlokkelijk sieraad in de stilte.
Op 18 oktober 2019 maakt de astronaut-met-de-blauwe-handschoenen een ruimtewandeling, samen met haar vrouwelijke collega. Het is hun tweede gezamenlijke ruimtewandeling en er is een acute aanleiding voor: er moeten accu’s worden vervangen. In hun dubbeldikke witte-pakken-met-vierkante-rug en witte- handschoenen-met-spiegeltje lijken ze op hommels die behoedzaam nectar verzamelen in een artisjokkenbloem.
De operatie wordt begeleid door het team op aarde. De astronauten filmen live en krijgen aan de hand van die beelden instructies. Het gaat secuur en traag, gereedschappen zweven bungelend aan de polsen van de astronauten die zich optrekken aan genummerde handvaten en beugels. Terwijl zij in de ruimte aan het klussen zijn, kijkt op aarde vriend-en-vijand hen op de vingers. In geen geval zal iemand in de ruimte het gereedschap uit hun handen grissen om het zelf te proberen. De wereld kijkt ademloos toe hoe ze iedere voorgenomen handeling benoemen en wachten op de bevestiging van het team op aarde. Heel beheerst en in opperste concentratie gaan zij te werk.
Een klusje doen met handschoenen aan is al een klus op zichzelf, dat is in de ruimte niet anders. Het lukt. Na 5 uren ‘wandelen’ worden beide witte hommels weer aan boord getrokken.

Voor de holpijpjes is een forse hamer nodig en ook een matje, voor de lijmklemmen wat vilt om het triplex te beschermen, een reserve batterijtje voor de schuifmaat die feilloos alles zeker weet maar zonder batterij stil valt. De verzameling groeit. Zoals het de kunstenaar vergaat, vergaat het ook de goudzoeker: pincet, loep en weegschaal zijn de voorwerpen waar hij op vertrouwt en van is gaan houden.

Wat bezielt Nico, buiten in de regen? Hij steekt de bezem met kracht schuin in het profiel en stort zich met zijn volle gewicht op de steel. Hij neemt geen tijd om op adem te komen of het resultaat van zijn werk te bekijken. Hij doet het voor zichzelf en voor de tram en nu hij er eenmaal aan begonnen is, geeft hij niet op. Zo lang zijn bezem heel is, gaat hij door.
Regelmatig kijkt hij op om te zien of er een tram aan komt. Hij duwt de bezem voor zich uit en snijdt het water in de rails de pas af. Is dit de ultieme test van zijn gereedschap? In de lente veegde hij de bloesems de goot in, in de herfst de bladeren op een hoop en nu dan de meesterproef: het regenwater de rails uit. Heen door de ene rails en terug door de andere, tot het hem lukt.