schatkist

onderzoek naar samenhang (2)

Hoe komt Robin er op zich uit te dossen met een couponnetje en een paar lintjes? Waarschijnlijk lagen het lapje en de bandjes, bij gebrek aan een tafel naast de linnenkast, op het bed van haar ouders. Haar moeder heeft haar ogen laten gaan over de fijne blauwe bloemetjes, de bandjes er naast gehouden en in haar hoofd plannen gemaakt. Ze voelt de stof tussen duim en vingers, bekijkt de bleke achterkant en maakt een inschatting van de mogelijkheden. Dan, na een blik op haar horloge, heeft ze het lapje opgevouwen en de bandjes rond haar hand opgerold en op het bed gelegd. Morgen verder.

Robin heeft het couponnetje op bed gevonden en trekt de lintjes naar zich toe. De slierten bevallen haar want ze zijn langer dan ze had gedacht. Een witte met een roze bloemetje, een brede met margrieten op blauw en een smalle die glimt. Ze trekt ze van bed en hangt ze als kettingen om haar nek. Dan pakt ze de lap en vouwt hem open. De strakke vouw loopt dwars door de bloemen. Ze drapeert de lap om zich heen tot jurk en stopt de eindjes van de linten weg achter de stof. Ze loopt de kamer uit, de gang door en op de drempel ziet haar moeder kans een foto te nemen. Ze staat op de diagonaal van de binnenvallende ochtendzon in de deurpost van het huis, haar blik naar beneden gericht, haar armen langs haar lichaam.

Dianne poseert voor de foto achter een wit, plastic tafeltje. Ze staat op het grind voor het huis en achter haar staan twee plastic stoeltjes en een door zijn as gezakte blauwe plastic tractor. Dianne draagt een pet, een shirt en een korte broek. Haar voeten gaan schuil achter de tafel, waarschijnlijk draagt ze schoenen. Langs de rand van het tafelblad ligt een aaneengesloten reeks kiezelsteentjes en in het witte midden van de tafel ligt een bloemetje van zeven kiezeltjes. De steentjes zullen, na de foto, van tafel geveegd worden en weer onderdeel uitmaken van het grind voor het huis.

Kleinschalig versieren is hoofdzakelijk meisjesgedoe. Met draad, textiel, papier, bloemen en verf wordt er geschikt, wordt er op dagelijkse voorwerpen voortgeborduurd tot alles verfraaid is. Servetten worden gevouwen tot zwaan, madeliefjes worden gevlochten tot krans, letters worden gekalligrafeerd. Deze vormgeving-in-de-marge laat bijna niets ongemoeid, breekt uit als mazelen of Staphorster-stipkunst. Meisjes kijken meisjesgedoe af van meisjes en zo gaat het ontdekken van de mogelijkheden hand in hand met het plezier in traditie. De naam van de jarige staat met krulletters in slagroom geschreven op de taart en om het zorgvuldig ingepakte cadeau prijkt een strik.

Veel versiering is van tijdelijke aard. De taart wordt gegeten, de verjaardagsslingers worden na enkele dagen respijt weer opgeborgen, de servetten belanden in de wasmand en de krans van madeliefjes wordt tevergeefs opgelapt in een schoteltje vol water. Kan het zijn dat versiering even overbodig als onmisbaar is?

Robins feestjurk wordt opgevouwen tot een lapje en wat bandjes en Dianne loopt over de kiezels bij de tafel vandaan. De schatkist sluit zich, een andere keer gaan ze verder.